Hieronder wordt eerst ingegaan op de criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de locatie. Vervolgens is de te volgen procedure bij het vaststellen van locaties beschreven.
Bij het vaststellen van de locaties voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers en aanbiedplaatsen voor minicontainers worden de hieronder beschreven criteria gehanteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
Eisen – waaraan moet worden voldaan en waaraan we geen concessies willen doen
Richtlijnen – waarnaar wordt gestreefd en bij het zoeken naar de meest geschikte plaats zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden.
Van richtlijnen kan gemotiveerd afgeweken worden.
Gelet op de schaarse openbare ruimte kan niet verwacht worden dat een locatie volledig aan alle richtlijnen voldoet. Als niet aan alle richtlijnen is voldaan dan zal dat in het plaatsingsbesluit (formeel juridisch wordt dit 'aanwijzingsbesluit' genoemd) worden aangegeven en wordt (desgevraagd) gemotiveerd waarom afwijken vanuit algemeen belang in die specifieke situatie gerechtvaardigd is.
Hieronder worden de eisen en vervolgens de richtlijnen besproken. Daarbij wordt allereerst ingegaan op de eisen en richtlijnen die voor alle hierboven genoemde inzamelvoorzieningen gelden. Daarna wordt ingegaan op de specifieke eisen en richtlijnen voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers en op de specifieke eisen en richtlijnen voor de aanbiedplaatsen voor (mini)containers.
De eisen/richtlijnen zijn op vier aspecten geclusterd en richten zich op:
Algemene en goede bereikbaarheid/toegankelijkheid voor bewoners en inzamelaar
Milieuaspecten
(verkeers-)veiligheid
Afstand woningen/gebouwen en inpassing openbare ruimte.
Het uitgangspunt is een zo goed mogelijke bereikbaarheid met voor restafval een maximale loopafstand van 75 meter, welke in uitzonderlijke situaties opgerekt kan worden tot 125 meter. Voor OPK (Oud papier en karton) is het uitgangspunt een maximale loopafstand van 150 meter, welke in uitzonderlijke situaties opgerekt kan worden tot 200 meter. De ondergrondse container zal in beginsel in de openbare ruimte geplaatst worden (met uitzondering van sterk verdichte gebieden1Op 28 april 2021 heeft de raad besloten dat het plaatsen van nieuwe ondergrondse containers in specifiek het centrumgebied niet in lijn is met de ruimtelijke ambities en hierdoor niet langer wenselijk is. In dit specifieke gebied en andere sterk verdichte gebieden zal dus naar een oplossing op terrein van de ontwikkelaar gezocht moeten worden.). In overleg met Cure kan in uitzonderlijke situaties waar de openbare ruimte geen of niet genoeg ruimte biedt voor (nieuwe) ondergrondse containers worden afgeweken van deze regel. In de gevallen waarbij de ondergrondse containers op “eigen terrein” geplaatst worden dient een recht van opstal gevestigd te worden.
Het is bij de plaatsbepaling van de ondergrondse container ook belangrijk rekening te houden met de toegankelijkheid van deze locatie voor het inzamelvoertuig en gebruikers. De locatie moet voor plaatsing goedgekeurd worden door Cure Afvalbeheer.
A. Selectiecriteria voor de bepaling van geschikte locaties voor aanbieden mini containers (R = richtlijn, E = eis).
In voorkomende gevallen is het niet mogelijk om de afvalinzameling direct in de woonstraat zelf te laten plaatsvinden als gevolg van bijvoorbeeld te smalle straten, doodlopende straten, éénrichtingverkeer of andere (onveilige) situaties. In dergelijke gevallen worden aanbiedlocaties in de directe omgeving bepaald. Bij het bepalen van de locaties voor de plaatsing van mini containers zijn er factoren waar we rekening mee moeten houden. Zo mag de loopafstand voor de inwoners niet te groot zijn, moeten de locaties goed te bereiken zjjn voor zowel inwoners als het ledigingsvoertuig en moet de veiligheid ten alle tijden worden gegarandeerd. Hieronder worden alle criteria benoemd, verdeeld in verschillende categorieën.
Algemeen (minicontainer)
RA1
Loopafstand tussen een perceelgrens en aanbiedplaats mini container bedraagt maximaal 75 meter
RA2
Bij moeilijk te bereiken straten worden aanbiedplaatsen voorzien aan de uitgangen van de straat
RA3
Breedte container 0,60 meter
RA4
De mini containers hebben een capaciteit van maximaal 240 liter
De mini containers zijn geschikt voor de fracties; restafval, gft(e) en oud papier- en karton
RA4
Plaatsing gaat niet ten koste van parkeerplaatsen, tenzij écht niet anders mogelijk. Waar mogelijk kan gebruik worden gemaakt van een flexibele toepassing tussen een parkeerplaats en afvalinzameling. Opheffing van een parkeerplaats kan alleen op basis van een positief parkeeronderzoek.
RA6
De locatie van een mini container is dusdanig dat mogelijke overlast door gebruik en/of lediging tot een minimum beperkt blijft
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
RA7
Plaatsing langs toegankelijke wegen in de omgeving (rekening houdend met; breedte, bochten, obstakels en hoogte)
RA8
Voldoende opstelruimte voor het inzamelvoertuig op de locatie
EA1
Locatie vooruitrijdend te bereiken en te verlaten
RA9
De containers worden waar mogelijk zodanig geplaatst dat op ledigingsmomenten verkeershinder en –oponthoud beperkt blijft.
RA10
De afstand tussen het hart van de locatie van een mini container en het hart van het inzamelvoertuig is maximaal 4 meter
EA2
De onder doorrijhoogte op de route naar de locatie is minimaal 4 meter
RA11
De locatie van de mini container is goed bereikbaar voor inzamelvoertuigen met een breedte van 2.55 meter inclusief spiegels en een lengte tot 12 meter
RA12
De locatie van de minicontainer is dusdanig gesitueerd dat het hart van de mini container als ook van het inzamelvoertuig minimaal 3 meter afligt van overige objecten
Milieuaspecten
RA13
Als de op basis van de groennorm sprake is van een te lage hoeveelheid groen per woning, mag geen groen verwijderd worden.
RA14
De locatie van een mini container is dusdanig dat bij het ledigen geen schade aan (volwassen) bomen kan ontstaan
RA15
De mini container wordt niet op een waterdoorlatende (open verharding/ halverharding) verharding geplaatst.
Veiligheid
RA16
Locatie is dusdanig gesitueerd dat gebruikers zo min mogelijk de weg over hoeven te steken.
RA17
Geen fietspad tussen container en voertuig tijdens lediging, tenzij niet anders mogelijk
EA3
Geen geparkeerde auto tussen minicontainer en voertuig tijdens lediging. Minimale afstand van parkeerplaats is 0,60 meter.
EA5
De locatie van de minicontainer is dusdanig dat er tot 4,5 meter boven de locatie geen kabels en leiding aanwezig zijn
RA18
De locatie voor een mini container bevindt zich niet op een laad- en losplaats
RA19
Mini container worden tenminste op 0,50 meter afstand van de trottoirband geplaatst
EA6
De locatie voor een minicontainer dient ten minste 0,60 meter vrij te blijven tussen de geleidelijn en de container.
RA20
De locatie voor een minicontainer dient ten minste 1,5 meter vrije doorgang te borgen.
RA21
De locatie van een mini container moet dusdanig zijn uitgevoerd dat het bij het parkeren van een voertuig naast de mini container minimaal 0,50 meter ruimte beschikbaar is
RA22
De locatie van de mini container is dusdanig dat het inzamelvoertuig veilig kan stoppen. Er kunnen geen verkeersgevaarlijke situaties ontstaan tijdens het ledigen (voldoende afstand kruising/ verkeersdrempels enz.)
RA23
De locatie van de minicontainer is dusdanig dat er geen voertuigen kunnen parkeren tussen mini container en inzamelvoertuig
EA7
De aanbiedplaats is bij éénrichtingswegen aan de rechterzijde van het voertuig gesitueerd
EA8
De locatie voor een mini container bevindt zich niet op een parkeerplaats voor invaliden of arts.
RA24
Aan de straatzijde van de aanbiedplaats voor mini container is het instellen van een parkeerverbod op de dag van inzameling gewenst
EA9
De locatie bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage
RA25
De afstand tussen twee mini containers bedraagt minimaal 0,50 meter
DISCLAIMER: De andere beleidsvelden binnen de gemeente (verkeer, groen, openbare ruimte, gebiedsbeheer, etc.) hebben ook elk hun eigen criteria en randvoorwaarden waar een locatie zich aan moet voldoen. Dit zijn louter de kaders voor de afvalinzameling. De overige beleidsvelden leveren elk hun eigen kaders aan.
B. Plaatsingscriteria voor de bepaling van geschikte locaties voor boven- en ondergrondse containers.
Bij het bepalen van de locaties voor de plaatsing van nieuwe ondergrondse containers zijn er factoren waar we rekening mee moeten houden. Zo mag de loopafstand voor de inwoners niet te groot zijn, moeten de locaties goed te bereiken zijn voor zowel inwoners als de kraanwagen en moet de veiligheid ten alle tijden worden gegarandeerd. Hieronder worden alle criteria benoemd, verdeeld in verschillende categorieën.
Algemeen (ondergrondse container)
RB1
Loopafstand tussen een hoogbouwcomplex en ondergrondse container voor restafval bedraagt maximaal 75 meter; voor OPK bedraagt de loopafstand maximaal 150 meter.
RB2
Maximaal 45 aansluitingen per ondergrondse container
RB3
De ondergrondse container worden in beginsel in de openbare ruimte geplaatst worden (met uitzondering van het centrumgebied).
In het centrumgebied dienen de containers opgenomen en gesitueerd te worden in het stedenbouwkundig concept (eigen terrein/inpandig etc.).
In overleg met Cure kan in uitzonderlijke situaties waar de openbare ruimte geen of niet genoeg ruimte biedt voor (nieuwe) ondergrondse containers worden afgeweken van deze regel.
RB4
Benodigde ruimte 2,5m x 2,5m en 3 meter diep
RB5
De ondergrondse containers hebben een capaciteit van maximaal 5m3
Er mag bij aanleg en gebruik van de OC geen schade aan een perceel ontstaan
RB6
De locatie van een OC is dusdanig dat mogelijke overlast door gebruik en/of lediging tot een minimum beperkt blijft
EB1
Voor het plaatsen van de OC is de ondergrond vrij van kabels, leidingen en riool
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
EB2
Voldoende opstelruimte voor het inzamelvoertuig op de locatie (uitgaande van 12 x 3.10m excl. Stempels)
RB7
Straatwerk opstelplaats bestand tegen stempeldruk (+1,65 meter stempels). Hiervoor wordt een gefundeerde verharding aangebracht van 25 cm menggranulaat met 5 cm brekerzand.
EB3
De afstand tussen het hart van een OC en het hart van het inzamelvoertuig is maximaal 5 meter
RB8
Locatie is vooruitrijdend te bereiken en te verlaten
RB9
De containers worden waar mogelijk zodanig geplaatst dat op ledigingsmomenten verkeershinder en –oponthoud beperkt blijft.
EB4
De locatie van de OC is goed bereikbaar voor inzamelvoertuigen met een breedte van 2,55m inclusief spiegels, hoogte van 4 meter en een lengte tot 12 meter.
RB10
De verharding van de toegangswegen zijn berekend op zwaar gewicht
RB11
Niet onder of in nabijheid (tenminste 2 meter) van bomen, lantarenpalen en straatmeubilair
RB12
De locatie van een OC is dusdanig dat bij het ledigen geen schade aan (volwassen) bomen kan ontstaan
EB5
Container is altijd aan de rechterkant van de weg gesitueerd (bij éénrichtingswegen) met de opening van de rijbaan af
RB13
Minimaal 9 meter vrije hijshoogte boven de ondergrondse containers
Milieuaspecten
RB14
Als de op basis van de groennorm sprake is van een te lage hoeveelheid groen per woning, mag geen groen verwijderd worden.
RB15
Plaatsing vindt niet plaats nabij bomen binnen de zone die gevormd wordt door de (te verwachten) kroonprojectie + 2 meter
RB16
Plaatsing vindt niet plaats nabij bomen die uitgroeien tot een zuilvorm binnen de zone die gevormd wordt door de (te verwachten) kroonprojectie + 3 meter
Veiligheid
EB6
Toegankelijkheidseisen bij plaatsen ondergrondse containers' van toepassing zoals opgenomen in het handboek toegankelijkheid van de gemeente Eindhoven
RB17
Locatie is dusdanig gesitueerd dat gebruikers zo min mogelijk de weg over hoeven te steken.
EB7
Bij locatie van de container dient ten minste 0,60 meter vrij te blijven tussen de geleidelijn en de container.
RB18
Vrije doorgang langs de inwerpzuil van minimaal 1,50 meter
RB19
De minimale ruimte voor de inwerpopening is 1,50 meter
RB20
Geen zichthinder door de inwerpzuil voor verkeer
RB21
Geen parkeerplaats en of fietspad tussen containerplatform en voertuig tijdens lediging
RB22
De locatie van de OC is zodanig gesitueerd dat het ledigen verkeerstechnisch verantwoord kan worden uitgevoerd (voldoende afstand kruising/ verkeersdrempels enz.)
RB23
OC worden tenminste op 0,50 meter afstand van de trottoirband geplaatst
EB8
De afstand tussen twee ondergrondse containers bedraagt minimaal 0,50 meter
Afstand tot woningen en gebouwen en inpassing in de openbare ruimte
EB9
Minimumafstand tot balkon (hoogbouw) is 2 meter maar bij voorkeur groter
RB24
Niet direct plaatsen op de looplijn hoofdentrée gebouw
EB10
Bij grondgebonden woningen de container niet direct plaatsen voor een deur, inrit, garage, carport of onder een balkon van een woning;
RB25
Plaatsing wordt zoveel mogelijk in lijn met andere objecten in de openbare ruimte uitgevoerd
EB11
De afstand van het hart van de locatie (de OC) tot de gevel van een woning is minimaal 2 meter en bij voorkeur groter
RB26
De afstand van het hart van de locatie (de OC) tot de bebouwde erfgrens of erfafscheiding is minimaal 2 meter maar bij voorkeur groter
DISCLAIMER: De andere beleidsvelden binnen de gemeente (verkeer, groen, openbare ruimte, gebiedsbeheer, etc.) hebben ook elk hun eigen criteria en randvoorwaarden waar een locatie zich aan moet voldoen. Dit zijn louter de kaders voor de afvalinzameling. De overige beleidsvelden leveren elk hun eigen kaders aan.
Artikel 4.
Locatiecriteria.
Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen Eindhoven 2024