Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregels Gedenkmonumenten gemeente Buren november 2024

De gemeente is op grond van de Wegenwet verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen. Deze verantwoordelijkheid betekent al dat de gemeente de zorg heeft voor veiligheid op gemeentelijke wegen. Met het oog op verkeersveiligheid en een doelmatig en veilig gebruik van de weg is in artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig met de publieke functie ervan. Dit betekent dat voor het plaatsen van voorwerpen en zaken die niet op de weg thuishoren een vergunning moet worden aangevraagd. Op grond van lid 2 van artikel 2.10 kan het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving verdere regels opstellen voor de aanwezigheid van gedenkmonumenten. Op grond van lid 3 van artikel 2.10 kunnen burgemeester en wethouders voor bepaalde vormen van gebruik van de weg vrijstelling van het bovenstaande verbod verlenen of hiervoor een meldingsplicht invoeren onder het stellen van algemene regels. Om nabestaanden zo weinig mogelijk met regels en vergunningsprocedures te belasten, gelden met toepassing van artikel 2.10 lid 3 voor het plaatsen van gedenkmonumenten alleen algemene voorschriften in combinatie met een meldingsplicht. Deze melding is belangrijk voor het beheer en onderhoud van wegen. Op deze manier weet de gemeente op welke locaties gedenkmonumenten zijn geplaatst. Bij eventuele verplaatsing van een gedenkmonument kan het voor de gemeente belangrijk zijn om te weten wie de contactpersoon is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel