Binnen een gemeente worden kosten doorberekend aan burgers en bedrijven voor producten die door de gemeente worden geleverd. Deze producten kunnen een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke grondslag hebben. Voor privaatrechtelijke producten heeft de gemeente meer ruimte om tot een prijsbepaling te komen.
Publiekrechtelijk
Voor producten en diensten op publiekrechtelijke grondslag is de gemeente aan wettelijke kaders gebonden voor wat betreft de kostprijsberekening en hoogte van tarieven. Zo mogen voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing in de begroting de baten niet boven de lasten uitgaan (maximaal 100% kostendekkend). Ook bij kostenverhaal bij (faciliterend) grondbeleid dient er sprake te zijn van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit (op basis van de Wro en Omgevingswet).
De overhead kan alleen buiten de begroting om (extracomptabel) aan de tarieven voor lokale heffingen worden toegerekend, omdat deze in de begroting volledig opgenomen moeten worden in het overzicht overhead.
Ten aanzien van de toerekening van overhead geldt de volgende stellige uitspraak van de commissie BBV: Voor de berekening van de tarieven voor lokale heffingen moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden gebruikt zoals deze is opgenomen in de Financiële Verordening.(=stellige uitspraak 2)
In de Financiële Verordening wordt voor de methodiek van toerekenen van overhead verwezen naar deze nota.
Privaatrechtelijk
Voor producten en diensten op privaatrechtelijke grondslag zoals verhuur van gemeentelijke accommodaties, zwembaden, diensten voor derden en het sluiten van anterieure overeenkomsten bij faciliterend grondbeleid heeft de gemeente meer vrijheid om te komen tot een kostprijs. Ten aanzien van toerekening van overhead is er dus ook meer vrijheid en kan de kostprijs mede op basis van onderhandeling worden bepaald.
Op grond van de Wet markt en overheid zijn gemeenten bij het verrichten van economische activiteiten in beginsel aan bepaalde gedragsregels gebonden. De belangrijkste gedragsregel bij economische activiteiten is dat het bestuursorgaan ten minste de integrale kostprijs doorberekent aan zijn afnemers.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.1.
Toerekening van overhead en kostprijsberekening bij publiek- en privaatrechtelijke grondslag
Onderdeel van Nota overhead