Het college kent een individuele voorziening toe voor zover uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en/of zijn ouders:
Zelfstandig geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn;
Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;
Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.7
Voorwaarden individuele voorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Soest 2025