Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Soest 2025

1.. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een Pgb verstrekken, in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2.. Het Pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of zijn ouders ingevuld Pgb-budgetplan. In het Pgb-budgetplan staat in ieder geval: Welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders gezien de hulpvraag willen inkopen met het Pgb en wat het beoogde resultaat is; en indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3.. Een Pgb is alleen mogelijk indien: een aanvrager in aanmerking komt voor een individuele jeugdhulpvoorziening en dit in de vorm van een Pgb wenst te ontvangen; en de aanvrager kan aantonen dat het inzetten van een Pgb tot betere en effectievere ondersteuning leidt en doelmatiger is dan zorg in natura; en de aanvrager kan motiveren dat het aanbod zorg in natura niet passend is; en naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 8.1.1 van de wet genoemde voorwaarden; en de ondersteuning die de ouder en/of jeugdige met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het plan van aanpak opgenomen beoogde resultaat; en bij de toekenning van een Pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk er geen risico op overbelasting is; en er geen sprake is van een situatie als bedoeld in het volgende lid van dit artikel. 4.. Een Pgb is niet mogelijk: voor andere en algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1, 1e lid; voor pleegzorg, gezinshuizen en daarmee vergelijkbare vormen van verblijf; voor zover er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1 vierde lid van de wet; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt; voor hulp van een aanbieder die door het college is ingekocht voor jeugdhulp; 5.. We hanteren de volgende uitgangspunten bij de besteding van een Pgb: Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Voor budgethouders met meerdere Pgb’s is schuiven tussen verschillende budgetten niet toegestaan, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college. 6.. Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: Vervoerskosten, voor zover hiervoor een beschikking op grond van artikel 2.5 is afgegeven die samenhangt met een individuele voorziening voor begeleiding en/of behandeling in het kader van de jeugdhulp; Het Pgb mag worden besteed bij een aanbieder zowel binnen als buiten de regio Eemland maar in ieder geval binnen Nederland. Een Pgb mag alleen na schriftelijke toestemming van het college besteed worden in EU-landen. Deze aanbieder dient te voldoen aan het Afsprakenkader buitenlands zorgaanbod jeugd. 7.. Budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: kosten voor bemiddeling; kosten voor het voeren van een Pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het Pgb; extra beloningen, zoals eindejaarsuitkering of overlijdensuitkering en gratificaties; contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen voor budgethouders, kosten voor het volgen van cursussen over het Pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt; alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen. 8.. Het college stelt een format vast voor het Pgb-budgetplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel