In deze verordening wordt verstaan onder:
WSW: Wet sociale werkvoorziening;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
ingezetene: persoon die in de gemeente Amsterdam zijn woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
WSW-geïndiceerde: degene die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de WSW, uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat is;
WSW-geïndiceerde jongere: persoon die ten tijde van de meest recente indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking nog geen 27 jaar is;
WSW-dienstbetrekking: dienstbetrekking voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de WSW;
Begeleid Werken: werken door een WSW-geïndiceerde ingezetene in een WSW-dienstbetrekking bij een reguliere werkgever, waarvoor subsidie aan de werkgever wordt verstrekt als bedoeld in hoofdstuk 3 van de WSW;
uitvoeringsorganisatie: privaatrechtelijke rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, derde lid, van de WSW door het college is aangewezen ten behoeve van de uitvoering van de WSW;
ID-gesubsidieerde werknemer: persoon met een WWB-gesubsidieerde baan die voorheen een dienstbetrekking had als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen (ID), zoals dit luidde op 31 december 2003;
wachtlijst: overzicht, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de WSW, van WSW-geïndiceerde ingezetenen die geen WSW-dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden;
cliëntenorganisaties: organisaties van WSW-geïndiceerden en organisaties die gezien hun statutaire doelstellingen ook de belangen van WSW-geïndiceerden behartigen, werknemersorganisaties daaronder begrepen;
WSW-raad: het uit WSW-geïndiceerden, hun wettelijke vertegenwoordigers en cliëntenorganisaties bestaand gremium met taken en bevoegdheden zoals in deze verordening omschreven.