Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.1

Persoonsgebonden budget Begeleid Werken

Onderdeel van Verordening op de Wet sociale werkvoorziening

1.. Het College verstrekt met inachtneming van dit hoofdstuk op diens verzoek ten behoeve van iedere WSW-geïndiceerde die een dienstbetrekking aangaat voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden bij een werkgever, een persoons­gebonden budget Begeleid Werken, dat de volgende onderdelen kan omvatten: periodieke subsidie aan de werkgever; vergoeding aan de begeleidingsorganisatie voor de noodzakelijke kosten van arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding van de WSW-geïndiceerde op zijn werkplek; vergoeding aan de werkgever voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht. 2.. Geen persoonsgebonden budget Begeleid Werken wordt toegekend ten behoeve van de WSW-geïndiceerde zolang deze niet in aanmerking komt voor een WSW-dienst­betrekking overeenkomstig diens voorrang volgens artikel 2.2. 3.. Indien het totaal van de gevraagde vergoedingen en subsidies, gerekend over een tijdvak van een jaar, hoger is dan de beschikbare rijkssubsidie voor de betreffende persoon, wordt de gevonden plek niet passend geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel