Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.13

Gelijkstelling begeleiding door bepaalde personen met begeleiding door begeleidingsorganisatie

Onderdeel van Verordening op de Wet sociale werkvoorziening

1.. Indien begeleiding door een of meer bloedverwanten of andere personen met wie de WSW-geïndiceerde een sterke vertrouwensband heeft, naar het oordeel van het College noodzakelijk is voor het functioneren van de WSW-geïndiceerde op de werkplek, kan het College de begeleiding door deze persoon of personen voor een nader te bepalen periode gelijkstellen met begeleiding door een begeleidingsorganisatie. 2.. Het bepaalde in artikel 3.2, artikel 3.11, eerste lid, aanhef en onder c, en tweede tot en met vierde lid, en artikel 3.12 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel