**1..** Het College kan een vergoeding als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder c, verstrekken als blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.
**2..** Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit arbo-wetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het College.
**3..** Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal zes maanden, waarvan op het moment van aanvraag minimaal vier maanden resteren.
**4..** Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan € 15.000 komen niet voor een vergoeding in aanmerking. Bij deeltijdwerk wordt dit bedrag pro rato berekend op basis van een werkweek van 36 uur. Indien een hoger bedrag nodig is wordt de arbeidsplaats niet als passend beschouwd.
**5..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen vergoeding verstrekt voor aanpassingen die het karakter hebben van roerend goed; dergelijke aanpassingen kunnen met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid door de uitvoeringsorganisatie beschikbaar worden gesteld in bruikleen.
**6..** De verleende vergoeding wordt op declaratiebasis, na overlegging van de bewijzen, uitbetaald.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.14
Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht
Onderdeel van Verordening op de Wet sociale werkvoorziening