Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 5, wordt de financiële bijdrage als voorschot uitgekeerd in vier termijnen op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van een kalenderjaar. 2.. Onverminderd de bevoegdheid van de gemeenteraad om in zo een geval met toepassing van artikel 7 de financiële bijdrage op een lager bedrag vast te stellen dan waarvoor zij is verleend, wordt, indien een stichting niet tijdig een aanvraag tot vaststelling conform artikel 7 indient, de uitbetaling van alle voorschotten die de stichting uit hoofde van deze verordening ontvangt, opgeschort. 3.. Indien een stichting de aanvraag, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, niet heeft ingediend op 1 mei wordt de bevoorschotting, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, definitief beëindigd. 4.. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden, worden in afwijking van het eerste lid, de voorschotten uitgekeerd in termijnen volgens de tijdsevenredigheid van het gestelde in artikel 5, lid 1. 5.. De stichting maakt voor de ontvangst van de financiële bijdrage op grond van deze verordening en voor de uitgaven in het kader van de fractiekosten-vergoeding gebruik van één giro- of bankrekening. Deze rekening wordt niet gebruikt voor andere doeleinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel