Indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van de pré-mantelzorgwoning door de gebruiker(s) van de verleende vergunning, dient het gebruik ongedaan te worden gemaakt en te blijven binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik.
De gemeente dient binnen één maand schriftelijk op de hoogte te worden gesteld van de beëindiging van het gebruik.
De aanvrager of diens rechtsopvolger dient de in zijn geheel of in delen verplaatsbare pré-mantel- zorgwoning of – indien deze is gerealiseerd in een bijbehorend bouwwerk – de gerealiseerde voorzieningen (zoals keuken, badkamer en toilet) te verwijderen:
Direct na afloop van de termijn waarvoor deze is verleend, tenzij de woning op dat moment voldoet aan de voorwaarden voor een vergunningsvrije mantelzorgwoning;
Indien de huisvesting in verband met pré-mantelzorg is beëindigd;
Indien de zorgverlener en/of zorgontvanger niet meer ter plaatse woonachtig is;
De aanvrager of diens rechtsopvolger meldt schriftelijk aan het college wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in lid 2, sub a, b of c.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Beëindiging
Onderdeel van Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen De Fryske Marren