**1..** Tot de openbare commissievergaderingen worden zoveel toehoorders op de voor het publiek bestemde plaatsen toegelaten als de voorzitter bepaalt.
**2..** Toehoorders mogen de orde en rust van de vergadering niet verstoren, dit ter beoordeling van de voorzitter. Zij dienen zich te onthouden van uitingen of uitlatingen als bedoeld in artikel 26. Indien zij zich niet aan dit voorschrift houden, worden zij onmiddellijk uit de vergadering verwijderd.
**3..** De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van het in het tweede lid bedoelde voorschrift.
**4..** Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan door de voorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzegd worden.