Lid 1.
Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel, driewielfiets en scootmobiel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf, inclusief standaard fabrieksopties, en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en eventueel verzekering.
Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksjaren, ten hoogste:
Type voorziening
Bedrag
(Aanschaf, verzekering en onderhoud hele periode)
Handbewogen rolstoel voor continu gebruik
€ 3.680,00
Handbewogen rolstoel voor incidenteel/kortdurend gebruik
€ 675,00
Handbewogen rolstoel voor (semi-)permanent/algemeen gebruik
€ 2.330,00
Handbewogen rolstoel voor actief gebruik
€3.910,00
Handbewogen kinderrolstoel voor (semi) permanent/actief gebruik
€ 3.210,00
Handbewogen kinderrolstoel voor permanent gebruik
€ 4.430,00
Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair binnen, maar ook om het huis
€ 11.010,00
Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair buiten, maar ook binnenshuis
€ 13.470,00
Elektrische kinderrolstoel
€ 14.710,00
Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (minimaal 8 km/uur)
€ 3.290,00
Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (minimaal 10 km/uur)
€ 4.170,00
Scootmobiel voor langere afstanden en intensief gebruik (minimaal 15 km/uur)
€ 5.155,00
Sportvoorziening
€ 3.680,00
Standaard driewielfiets zonder hulpmotor
€ 4.300,00
Standaard driewielfiets met hulpmotor
€ 7.020,00
Lid 2.
Voor hulpmiddelen geldt een aantal gebruiksjaren van 7 jaar. Voor een sportvoorziening is dit 3 jaar.
Lid 3.
Indien de inwoner het persoonsgebonden budget aanwendt voor het huren van een hulpmiddel ontvangt hij per kalenderjaar het in het eerste lid genoemde totaalbedrag, gedeeld door het aantal gebruiksjaren.
Lid 4.
De restwaarde van het hulpmiddel kan worden teruggevraagd en wordt als volgt bepaald:
Bij verhuizing of overlijden of niet meer adequaat zijn van de voorziening
Restwaarde als percentage van het verstrekte persoonsgebonden budget
Eerste jaar
60%
Tweede jaar
50%
Derde jaar
40%
Vierde jaar
30%
Vijfde jaar
20%
Zesde jaar
10%
Zevende jaar
0%
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Omvang van het persoonsgebonden budget bij koop en huur van hulpmiddelen
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Leiderdorp 2025