Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Tegemoetkomingsregeling bouwactiviteiten Noord-Zuidlijn, ruwbouwfase 2008-2010

1.. Het college stelt een lijst met adressen van woningen vast waarvan de hoofdbewoner in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming vanwege gederfd woongenot. Het college bepaalt voorts: de periode waarin sprake is van gederfd woongenot, de hoogte van de tegemoetkoming, alsmede de ingangsdatum waarop het recht van de financiële tegemoetkoming ontstaat. 2.. Het college kan de hoofdbewoner van een zelfstandige woning die voorkomt op de lijst van woningen met ramen in een verblijfsruimte aan de bouwplaats een financiële tegemoetkoming toekennen wegens gederfd woongenot door de aanleg van de Noord-Zuidlijn. 3.. De financiële tegemoetkoming kan worden toegekend voor de periode waarin hinder is ondervonden en de hoofdbewoner feitelijk woonachtig is op het aangegeven adres, vanaf de ingangsdatum en voor de periode die genoemd staat op de lijst. 4.. De duur van de bewoning van de woning is niet relevant voor het al dan niet verstrekken van een financiële tegemoetkoming. 5.. Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 3 indien een strikte toepassing naar zijn oordeel zou leiden tot een onvoldoende vergoeding van het gederfde woongenot.

Rechtspraak bij dit artikel