Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.14

Artikel 3.14.2

Terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Etten-Leur 2025

Terugvordering naar aanleiding van een beslissing op grond van artikel 2.3.10, eerste lid onder a Wmo 2015. In artikel 2.4.1, eerste lid Wmo 2015 en in art. 15 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Etten-Leur 2025 is, ten aanzien van besluiten op grond van artikel 2.3.10, eerste lid onder a Wmo 2015, de bevoegdheid tot terugvordering geregeld. De mogelijkheid tot terugvordering is beperkt tot schending van de inlichtingenplicht en die schending moet bovendien opzettelijk hebben plaatsgevonden. Het college wenst bij de Wmo 2015 als uitgangspunt te hanteren dat bij een (opzettelijke) schending van de inlichtingenplicht in beginsel tot terugvordering van de geldwaarde van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget wordt overgegaan. Daarvan ziet het college slechts af als achteraf nog objectief kan worden vastgesteld dat de gemeente niet (in financiële zin) is benadeeld. Van het opzettelijk schenden van de inlichtingenplicht is naar het oordeel van het college in ieder geval sprake wanneer de cliënt of degene die daaraan zijn medewerking heeft verleend, wist of behoorde te weten dat de informatie die hij niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college heeft overgelegd van invloed kon zijn op het vaststellen van het recht op een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget en is vastgesteld dat die informatie niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college is overgelegd. In dat verband zal bij de toekenningbeschikking nadrukkelijk moeten worden gewezen onder welke omstandigheden van de cliënt en/of zijn netwerk wordt verlangd welke informatie wanneer aan het college moet worden overgelegd. Het voorgaande moet niet limitatief worden opgevat. Ook in andere situaties kan sprake zijn van opzet. Het is aan het college om dit te onderbouwen en de beslissing tot terugvordering te motiveren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel