Het perspectief van de inwoner is van invloed op wat een inwoner zelf kan, wat binnen zijn sociale netwerk kan of wat met voorliggende/algemene voorzieningen opgelost kan worden. Bij begeleiding onderscheiden we drie clientperspectieven:
Ontwikkelen: Met de cliënt kan worden toegewerkt naar een verbetering in zijn of haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie waardoor geen of minder begeleiding vanuit de Wmo noodzakelijk is. Dit perspectief is gericht op afschalen en/ of uitstroom.
Stabiliseren: Er is sprake van een langdurige behoefte aan begeleiding vanuit de Wmo, omdat de clientsituatie zich op moment van indicatiestelling er niet toe leent zich op alle leefgebieden verder te ontwikkelen om zelfredzamer te worden en/of de maatschappelijke participatie te vergroten. Voor een deel van de cliënten is het perspectief stabilisatie tijdelijk, zij stromen uit of stromen door naar ontwikkeling als hun situatie is gestabiliseerd. Voor een ander deel van de cliënten is op één of enkele leefgebieden wel ontwikkeling mogelijk hetgeen op termijn kan leiden tot afschaling of uitstroom. Mogelijk regieverlies kan door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder worden opgevangen.
Ondersteunen bij achteruitgang: Door een progressieve ziekte is de cliënt in de situatie gekomen dat zijn zelfredzaamheid en participatie zodanig structureel achteruit zijn gegaan dat sprake is van regieverlies wat zodanig is dat dit uiteindelijk niet meer door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder opgevangen kan worden en overgang naar de WLZ noodzakelijk is. De ondersteuning is erop gericht om de client en diens netwerk met deze onomkeerbare achteruitgang om te laten gaan en deze draaglijk te maken.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.5
Artikel 7.5.3.
Hanteren van cliëntperspectieven
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Etten-Leur 2025