Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Naamborden aanbrengen

Onderdeel van Verordening op de vastgoedregistratie

1.. Het college draagt er zorg voor dat naamborden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse worden aangebracht. 2.. Als het college het nodig oordeelt dat naamborden aan een bouwwerk of op een terrein worden aangebracht, laat de rechthebbende toe dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd op een wijze zoals krachtens artikel 2, derde lid, is bepaald. 3.. Als het college het noodzakelijk acht om een naambord waarop de vervallen naam is doorgehaald, naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven, zal de rechthebbende dit toelaten, als het college daaraan een termijn van niet langer dan een jaar heeft verbonden. 4.. De rechthebbende draagt er zorg voor dat de naamborden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven. 5.. Het is verboden om zonder toestemming van het college namen: als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a; en aan een openbare ruimte toe te kennen door deze op vanaf de openbare weg zichtbare wijze aan te bren­gen, anders dan op grond van het eerste tot en met het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel