Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.1

Onroerende-zaakbelastingen

Onderdeel van Nota Lokaal Belastinggebied Barneveld 2024 – 2027

Korte omschrijving De onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn belastingen die worden geheven van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Voor woningen wordt de OZB alleen opgelegd aan de eigenaren. Voor de niet woningen, zoals winkels, bedrijven en maatschappelijke instellingen, wordt de OZB geheven van zowel de eigenaar als de gebruiker van de onroerende zaak. De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Beleidslijn Voor de OZB is in de kadernota 2024-2027 afgesproken dat deze trendmatig wordt aangepast met de inflatiecorrectie. Aanvullend is in de Kadernota 2025 afgesproken dat in de jaren 2025-2028 de OZB bovenop de indexatie met 2,5% extra per jaar zal worden verhoogd. Het Rijk heeft met ingang van 2020 de macronorm OZB afgeschaft. Met deze macronorm werd de ontwikkeling van de OZB gemonitord. In plaats daarvan is er vanaf 2020 een benchmark lokale woonlasten. Hierin worden ook de riool- en afvalstoffenheffing meegenomen. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker maken. Dit bevordert het lokale debat over het heffen van lokale middelen en de inzet hiervan. De hoogte van het tarief is afhankelijk van de uitkomst van de jaarlijkse waardering in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). Het uitgangspunt van beleid is dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere taxatiewaarde. De opbrengst van deze belastingen is het resultaat van de waarde en het tarief. Een dalende waarde betekent dat het tarief verhoogd moet worden om de gewenste opbrengst te genereren, terwijl stijgende waardes leiden tot een minder sterke stijging of zelfs tot een daling van de tarieven. Maatstaf van heffing en tarief Onroerende-zaakbelastingen 2021 2022 2023 2024 Eigenaren van woningen, in % van de waarde Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde 0,0916% 0,1586% 0,2011% 0,0838% 0,1580% 0,2003% 0,0747% 0,1620% 0,2054% 0,0744% 0,1641% 0,2080% Keuzemogelijkheid Verdeling van de lasten tussen de groepen belastingplichtigen. Het is mogelijk een tariefdifferentiatie toe te passen tussen de woningen en de niet-woningen. In veel gemeenten wordt gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Ook in Barneveld is er sprake van een OZB-tariefsdifferentiatie. Het OZB tarief(spercentage) voor de niet-woningen is hoger dan het OZB tarief(spercentage) voor de woningen. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. Er geldt geen limiet voor de verhouding tussen het tarief voor woningen en dat voor niet-woningen. Bij de Kadernota van 2020-2023 is besloten om een inhaalslag toe te passen voor de tarieven van de niet-woningen. Voor het belastingjaar 2020 is deze inhaalslag toegepast en zijn de tarieven voor de niet-woningen verhoogd met 25%. Aanvullende vrijstellingen De Gemeentewet noemt een aantal onroerende zaken waarbij de waarde geheel of gedeeltelijk van de belastingheffing zijn uitgezonderd de zogenaamde verplichte vrijstellingen. Hierbij moet worden gedacht aan de vrijstelling van ondermeer kerken, landbouwgronden, openbare wegen e.d.. Daarnaast heeft de raad de mogelijkheid om aanvullende facultatieve vrijstellingen op te nemen in de verordening. De mogelijke facultatieve vrijstelling zijn reeds opgenomen in de verordening onroerende-zaakbelastingen

Rechtspraak bij dit artikel