Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. mobiele kampeeronderkomens: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeeltedaarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht of worden of 5unnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; b. seizoen: de periode van 19 maart tot en met 31 oktober; c. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of chalet, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; d. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen, chalet of stacaravan. Dat door één gezin gedurende een seizoen of een jaar welke niet volgtijdig gebruikt wordt en doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd. e. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen hetzelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; h. kampeerplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor plaatsing van verschillende mobiele kampeeronderkomens die telkens c.q. achtereenvolgens ten hoogste drie maanden per belastingjaar geplaatst worden; i. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeeronderkomens (merendeels of hoofdzakelijk of geheel of nagenoeg geheel) ten behoeve van recreatief nachtverblijf); j. arrangement: een reservering op een kampeerplaats voor een gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; k. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf 1 maart tot 1 juni; l. verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf 1 maart tot 1 juli; m. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend van 1 september tot 31 oktober; n. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; o. particulier: natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; p. gezin: ouder(s)/partners en hun eventuele thuiswonende kinderen. q. woning: huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen; r. particulier verhuurde woning: woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.

Rechtspraak bij dit artikel