Voor het eerst zijn in 2022 de Nationale Prestatieafspraken voor de volkshuisvesting gesloten tussen het Rijk, corporaties, gemeenten, huurders en provincies. Hierin is de volkshuisvestelijke opgave voor de corporaties tot en met 2030 vastgelegd. Uitgangspunt is de wederkerigheid van afdwingbare afspraken. Partijen zijn sterk afhankelijk van elkaar om prestaties tot stand te brengen. Uitdagingen liggen bij voldoende (betaalbare) locaties, capaciteit en afstemming van regionale investeringsagenda’s en woonvisies. De uitwerking van deze afspraken moeten landen in de lokale prestatieafspraken tussen gemeente, huurdersorganisaties en corporaties. Deze cyclus ligt vast in de Woningwet. De afspraken omvatten de bouw van woningen (sociale- en middenhuur en geclusterde woningen); verduurzaming (isolering, aardgasvrij en uitfasering E, F, of G-labels); betaalbaarheid voor laagste inkomens; leefbaarheid en woningverbetering.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.7
Nationale Prestatieafspraken woningcorporaties
Onderdeel van Woonvisie 2025 - 2030 “Het begint met wonen”