We beschouwen goed wonen als een fundament voor bestaanszekerheid. Dat betekent ook dat woonlasten in verhouding moeten staan tot het inkomen van een huishouden. Wanneer deze verhouding uit balans is, komt de bestaanszekerheid onder druk te staan. We richten ons daarbij op de norm van het NIBUD, dat het acceptabel acht om circa 30% van het huishoudensinkomen te besteden aan woonlasten.
Als gemeente kunnen we bijdragen aan de betaalbaarheid van woonlasten door voldoende woningen in betaalbare segmenten te realiseren, en te borgen dat deze woning ook voor langere tijd als zodanig beschikbaar blijft. Dit doen we met het instrumentarium dat we hier als gemeente voor beschikbaar hebben. Daarnaast worden woonlasten deels bepaald door een aantal gemeentelijke belastingen en heffingen, zoals de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. We spannen ons in om deze lasten zo min mogelijk te verhogen, zodat we de woonlasten voor onze inwoners betaalbaar houden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Betaalbaarheid
Onderdeel van Woonvisie 2025 - 2030 “Het begint met wonen”