Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Arbeidsongeschiktheid, vakantie en verlof

Onderdeel van Verordening op de lokale rekenkamer Amsterdam

1.. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid gelden voor de directeur de volgende bepalingen: hoofdstuk 5 van het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA), met uitzondering van artikel 502; de uitvoeringsvoorschriften, behorende bij artikel 511, tweede lid, en 521, tweede lid, van het ARA; en de regeling ter uitvoering van artikel 573 van het ARA. Bij ziekte en herstel doet hij daarvan mededeling aan de commissie. 2.. Ten aanzien van de vakantie en de vakantie-uitkering gelden voor de directeur de volgende bepalingen: hoofdstuk 6, paragrafen 1 en 2, van het ARA; het uitvoeringsvoorschrift, behorende bij artikel 604, eerste lid; de regeling ter uitvoering van artikel 605 van het ARA, met uitzondering van artikel 3 van bedoelde regeling; en de Vakantie-uitkeringsverordening. Van zijn vakantie doet hij mededeling aan de commissie. 3.. Ten aanzien van verlof gelden voor de directeur de volgende bepalingen: hoofdstuk 6, paragrafen 3 en 4, van het ARA, met uitzondering van artikel 624 en artikel 625; de regeling ter uitvoering, behorende bij artikel 623 van het ARA; en de Verordening betaald ouderschapsverlof.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel