1.. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid gelden voor de directeur de volgende bepalingen:

  • - hoofdstuk 5 van het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA), met uitzondering van artikel 502,
  • - de uitvoeringsvoorschriften, behorende bij artikel 511, tweede lid, en 521, tweede lid, van het ARA, en
  • - de regeling ter uitvoering van artikel 573 van het ARA.
  • - Bij ziekte en herstel doet hij daarvan mededeling aan de commissie.

2.. Ten aanzien van de vakantie en de vakantie-uitkering gelden voor de directeur de volgende bepalingen:

  • - hoofdstuk 6, paragrafen 1 en 2, van het ARA,
  • - het uitvoeringsvoorschrift, behorende bij artikel 604, eerste lid,
  • - de regeling ter uitvoering van artikel 605 van het ARA, met uitzondering van artikel 3 van bedoelde regeling, en
  • - de Vakantie-uitkeringsverordening.
  • - Van zijn vakantie doet hij mededeling aan de commissie.

3.. Ten aanzien van verlof gelden voor de directeur de volgende bepalingen:

  • - hoofdstuk 6, paragrafen 3 en 4, van het ARA, met uitzondering van artikel 624 en artikel 625,
  • - de regeling ter uitvoering, behorende bij artikel 623 van het ARA, en
  • - de Verordening betaald ouderschapsverlof.