In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet (staatsblad 270, 15 juli 2014);
Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
Wlz: de Wet langdurige zorg;
Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Wsf: de Wet studiefinanciering 2000;
WSNP: de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch
de bijstandsnorm: de bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, zonder toepassing van artikel 22a van de wet;
Individuele inkomenstoeslag: de toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet
Draagkracht: het deel van het inkomen en/of vermogen dat de aanvrager zelf kan bijdragen aan de kosten
Referteperiode: De periode voorafgaand aan de aanvraag die wordt gebruikt om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor bijzondere bijstand
Voorliggende voorziening: een passende en toereikende voorziening waarop de aanvrager een beroep kan doen of aanspraak kan maken voor de bekostiging van specifieke uitgaven zoals bedoeld in artikel 5 sub e en 15 van de Participatiewet. Het recht op bijzondere bijstand geldt ook niet voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden beschouwd.
woonkosten:
- bij bewoning van een woning, een woonwagen of een woonboot in huur, de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
- bij bewoning van een eigen woning, woonwagen of woonboot, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2025´s-Hertogenbosch