De Wlz is voorliggend op de Jeugdwet. Dit betekent dat wanneer iemand toegang heeft tot deze wet, de benodigde zorg en ondersteuning ook vanuit deze wet betaald wordt. Er wordt geen voorziening vanuit de Jeugdwet ingezet:
wanneer een jeugdige een Wlz-indicatie voor verblijf in een instelling heeft of er redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige deze indicatie zou kunnen krijgen;
als jeugdige en ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een indicatiebesluit voor de Wlz.
Het kan zo zijn dat tegelijkertijd vanuit de Wlz en Jeugdwet zorg wordt ingezet. Dit is het geval bij zorg die onder de Jeugdwet valt, zoals psychische zorg of pleegzorg. Waar nodig wordt in afwachting van het besluit vanuit de Wlz, jeugdhulp geboden tot het moment dat er een besluit is genomen.
De Jeugdwet en de Wlz verschillen op de volgende punten:
De Jeugdwet biedt zorg en ondersteuning aan de jeugdige zelf, maar ook aan het systeem van de jeugdige. De Wlz gaat niet uit van een herstelgedachte ten opzichte van de Jeugdwet.
De Wlz is bedoeld om jeugdigen met een blijvende beperking zorg te bieden. Om toegang te krijgen tot een Wlz-voorziening worden twee toetsingscriteria gehanteerd: ontwikkelperspectief en 24-uurs zorg. De Jeugdwet kent deze voorwaarden niet.
Omdat de Jeugdwet een leeftijdsrestrictie bevat, is er per definitie sprake van tijdelijke zorg. Anders dan de Jeugdwet biedt de Wlz levenslange en levensbrede zorg.
De toegangscriteria voor Wlz zijn opgenomen in de Wlz en beleidsregels indicatiestelling Wlz.