**1..** Voor de in artikel 2 aangewezen woonruimtecategorie wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is, waarbij als het gaat om een woning met specifieke voorzieningen voorrang wordt gegeven aan huishoudens met een desbetreffende indicatie.
**2..** Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet behoren tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid:
woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;
woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen;
vergunninghouders;
woningzoekenden die hun woonruimte hebben of moeten verlaten in verband met een medische en/of sociale indicatie.
** 3. .** Ter uitwerking van het bepaalde in lid 1 en 2, stellen burgemeester en wethouders richtlijnen vast (Urgentiedraaiboek Hoeksche Waard) waarin de genoemde urgentiecategorieën en de voorwaarden om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen nader zijn uitgewerkt.
** 4. .** Om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, moet de woningzoekende aan de volgende voorwaarden voldoen:
De woningzoekende is op het moment van indienen van een verzoek om een urgentieverklaring ingezetene van de Hoeksche Waard en staat ingeschreven in de gemeente Hoeksche Waard. Deze voorwaarde is niet van toepassing indien het gaat om vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet, woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen en personen uit een 24-uursinstelling;
De noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de woningzoekende niet voorzien, nog te voorkomen;
Met uitzondering van de vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet- staat de aanvrager aantoonbaar geregistreerd als woningzoekende in de Hoeksche Waard en kan gezien zijn of haar inschrijfduur binnen 12 weken geen passende woning vinden;
De woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht en de noodsituatie vraagt binnen drie maanden om een oplossing waarvoor andere woonruimte de enige noodzakelijke oplossing is;
De woningzoekende heeft na het ontstaan van de noodsituatie die de aanleiding vormt voor de urgentieaanvraag geen sociale huurwoning geweigerd;
De woningzoekende heeft de afgelopen twee jaar niet voor een zelfde soort problematiek een urgentieverklaring ontvangen of op het moment van het betrekken van de huidige woning was reeds sprake van een zelfde soort problematiek;
Voor de eventueel aanwezige schulden heeft de woningzoekende de afbetaling voldoende geregeld;
De woningzoekende behoort op grond van de normen als geformuleerd in de Wet op de huurtoeslag wat betreft het inkomen én het vermogen tot de doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 5.
Voorrang bij urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Hoeksche Waard 2025