Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Bijzondere Subsidieverordening Duurzaamheid- en Innovatiefonds Haven Amsterdam

1.. Het College stelt een Adviescommissie Innovatie- en Duurzaamheidprojecten in, die tot taak heeft  het College op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen tot de ontwikkeling-, pilot- en demonstratieprojecten, welke niet op grond van artikel 10 zijn afgewezen. 2.. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering. 3.. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn niet werkzaam bij Haven Amsterdam. 4.. Het College heeft de mogelijkheid om voordat een tenderperiode aanvangt een commissielid te vervangen door een ander persoon. 5.. De voorzitter en de leden van de commissie worden door het College voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. 6.. Het staat de commissie vrij om, indien zij dit noodzakelijk acht, advies in te winnen bij één of meer externe deskundige(n). 7.. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast. 8.. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beslissing op de desbetreffende aanvraag. 9.. Haven Amsterdam zorgt voor de invulling van het secretariaat van de commissie. 10.. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden opgeborgen in het archief van Haven Amsterdam. 11.. De commissie verstrekt desgevraagd aan het College de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Het College kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van de commissie en/of  de subsidieaanvrager voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. 12.. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van het College, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan het College toegezonden en algemeen beschikbaar gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel