Met de Omgevingswet verandert er veel voor geluid. Naast verbeteringen veranderen op een aantal onderwerpen ook de systematiek en het instrumentarium. Voor geluid gelden daarom bij diverse situaties overgangsbepalingen, of bepalingen over eerbiedigende werking. Hieronder zijn de belangrijkste instrumenten opgenomen.
Aanleg of wijziging van een gemeentelijke weg binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan
Wordt een gemeentelijke weg gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, dan moet het bevoegd gezag voldoen aan de regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat Omgevingsplan. Deze regels zijn een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder.
Wijziging provinciale weg zonder geluidproductieplafond binnen ruimtelijke regels tijdelijke deel omgevingsplan
Wordt een provinciale weg (nog zonder geluidproductieplafond) gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan, dan gelden de regels voor reconstructie uit de Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid.
Past een wijziging van een provinciale weg niet binnen de bestaande ruimtelijke regels, dan is een projectbesluit veelal wenselijk. Geluidproductieplafonds (GPP) moeten worden vastgesteld als onderdeel van dat besluit (zie artikel 5.7a, aanhef en onder b, van het Omgevingsbesluit).
Toelaten geluidgevoelig gebouw in het tijdelijk geluidaandachtsgebied van een provinciale weg (nog zonder geluidproductieplafond)
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een provinciale weg, waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, gelden de regels op grond van artikel 12.7 uit het Bkl. Hierin is geregeld dat het geluidaandachtsgebied van de Provinciale weg overeenkomt met de geluidszone zoals dat bedoeld is het artikel 74 van de Wet geluidhinder. Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’ (artikel 12.13f van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) zijn niet van toepassing omdat er nog geen geluidaandachtsgebied is.
Toelaten geluidgevoelig gebouw in het (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een industrieterrein (nog zonder geluidproductieplafond)
Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, geldt nog het beoordelingskader Wet geluidhinder (artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid), maar geldt de normering en berekening van de nieuwe wet (Omgevingswet).
Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (artikel 12.13f van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn nog niet van toepassing.
N.B. Nieuw op te nemen woningen (activiteit wonen) kunnen per definitie niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden geregeld. Is er het voornemen om een nieuwe geluidgevoelige activiteit toe te staan, dan moet op dat onderdeel het omgevingsplan definitief worden gemaakt.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Instrumenten geluid Omgevingswet bij het tijdelijke deel van het omgevingsplan
Onderdeel van Gemeente Midden- Delfland – Beleidsregel vaststellen aanvaardbare waarde van geluid binnen gemeente Midden-Delfland