Het onder artikel 1 toegekende mandaat, onverminderd artikel 10:3 Awb, heeft geen betrekking heeft op:
besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van het algemeen of specifiek gemeentelijk beleid;
besluiten waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich tegen de mandaatverlening verzet;
besluiten op een bezwaarschrift, tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is of het risico bestaat dat de beslissing op bezwaar niet binnen de geldende wettelijke termijn kan worden genomen;
besluiten op een beroepschrift;
besluiten tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan;
besluiten tot het aangaan van convenanten of overeenkomsten;
besluiten tot het vaststellen van subsidieplafonds;
besluiten tot het geheel of gedeeltelijk weigeren van een subsidie;
besluiten naar aanleiding van een klacht in de zin van hoofdstuk 9 Awb.