Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand

1.. De basisnorm ingevolge artikel 21, eerste lid, wordt lager vastgesteld indien belanghebbenden, behorend tot de categorie gezinnen, lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de basisnorm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van de woonkosten met een ander. 2.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon, indien belanghebbenden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de basisnorm voorziet als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden of van het niet aanhouden van een woning. 3.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor belanghebbenden in wier woning tevens een ander zijn hoofdverblijf heeft, 10% van het netto minimumloon. 4.. Het College kan besluiten de basisnorm in afwijking van het derde lid niet lager vast te stellen indien belanghebbenden voor het recht van gebruik van een deel van de woning een vergoeding moeten betalen die tenminste gelijk is aan €150 per maand. 5.. Het College kan besluiten in afwijking van het derde lid de basisnorm niet lager vast te stellen ten aanzien van de belanghebbenden in wier woning een niet tot hun last komend kind woont met een eigen inkomen dat lager is dan een door het College vast te stellen percentage van het netto minimumloon 6.. Het College kan besluiten de basisnorm in afwijking van het derde lid niet lager vast te stellen ten aanzien van de belanghebbenden in wier woning tevens een hulpbehoevende zijn hoofdverblijf heeft. 7.. Het College kan in afwijking van het tweede lid de basisnorm verlagen met 10% van het nettominimumloon, indien de belanghebbenden gebruikmaken van diensten van de maatschappelijke opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel