Het intrekken van de afgegeven urgentieverklaring vindt plaats als de urgent woningzoekende:
niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Huisvestingsverordening is aan te merken;
bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij of zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;
eenmaal een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd;
bij overlijden of verhuizing van de urgent woningzoekende;
als urgent woningzoekende zelf aangeeft geen behoefte meer te hebben aan zijn of haar urgentieverklaring.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 7.
Intrekken van de afgegeven urgentieverklaring
Onderdeel van Urgentiedraaiboek Hoeksche Waard 2025