Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4.1.

Artikel 4.1.1.

Het veilig gebruik van de weg

Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Dronten 2025

Het criterium “veilig gebruik van de weg” is een zwaarwegend criterium. Een uitweg mag er niet toe leiden dat de verkeersveiligheid negatief beïnvloed wordt. Uitwegen veroorzaken een verstoring voor het “doorgaande” verkeer en zijn potentiële conflictpunten. De wegbeheerder en/of verkeersspecialist beoordeelt aanvragen en adviseert de vergunningverlener inzake het “veilig gebruik van de weg”. Het college kan de vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg weigeren: op wegen die in de wegcategorisering, zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP), aangewezen zijn als gebiedsontsluitingsweg (GOW). Op gebiedsontsluitingswegen is het vanuit Duurzaam Veilig niet wenselijk uitwegen te hebben, omdat dit de onveiligheid vergroot. De uitwegen van woningen/erven langs gebiedsontsluitingswegen dienen op een parallelweg aan te sluiten, tenzij de uitweg noodzakelijk is voor de ontsluiting van het perceel én deze uitweg een veilig en doelmatig gebruik van de gebiedsontsluitingsweg niet belemmert; langs erftoegangswegen (zie GVVP) en bedrijventerreinen binnen een afstand van 5 meter vanaf een kruising of splitsing van wegen, opstelstroken dan wel voorsorteer-vakken of een (onoverzichtelijke) bocht, gemeten vanaf het begin van de bocht (tangentpunt) en/of verkeersgeleider. Een uitzondering hierop zijn de kruispunten of bochten in een 30 km/u zone, die vaak geen verkeersonveilige situaties opleveren, e.e.a. ter beoordeling wegbeheerder en/of verkeersspecialist; als een perceel door de uitweg anders dan in een rechte lijn naar of anders dan haaks op de weg wordt ontsloten; als de uitweg op een locatie komt waarbij de bestuurder van een motorvoertuig vanuit de uitweg beperkt of geen zicht heeft op de openbare weg, het voet- en/of fietspad; op een plaats waar de uitweg op een voet- en/of fietspad of andere weg waar een geslotenverklaring voor gemotoriseerd verkeer geldt uitkomt en waarbij dat pad of weg in de lengterichting moet worden bereden om de openbare weg te bereiken; op of nabij (binnen 5 meter) van een voetgangersoversteekplaats (zebrapad: BABW §2 lid 9); op of nabij (binnen 5 meter) van een bushalte; als de uitweg niet duidelijk herkenbaar is als eigen niet-openbare uitweg; aansluit op een weg waarbij de uitweg een negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel