Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Zittingstermijn en tussentijdse vervanging van de leden

Onderdeel van Verordening op de cliëntenparticipatie Dienst Werk en Inkomen

1.. De zittingstermijn voor leden van de cliëntenraad bedraagt drie jaar. De leden kunnen maximaal voor een termijn worden herbenoemd. 2.. Indien tussentijds vacatures ontstaan, is het College overeenkomstig artikel 5, vierde lid bevoegd in de vervulling van die vacatures te voorzien. 3.. Tussentijdse vervanging geschiedt voor de resterende zittingstermijn. 4.. Bij tussentijds aftreden van een lid dat is voorgedragen door een cliëntenorganisatie, draagt die organisatie een nieuwe kandidaat voor aan het College. Wordt niet binnen drie maanden een nieuwe kandidaat voorgedragen, dan is het College bevoegd zonder voordracht in de vacature te voorzien. 5.. Bij tussentijds aftreden van een lid op persoonlijke titel, draagt de cliëntenraad aan het College een nieuwe kandidaat voor. Wordt niet binnen drie maanden een kandidaat voorgedragen, dan voorziet het College zonder voordracht in de vacature. 6.. Bij disfunctioneren van een van de leden kan de cliëntenraad het vertrouwen in dit lid opzeggen. Er vindt vervolgens overleg plaats tussen de onafhankelijk voorzitter, het betreffende lid, het dagelijks bestuur van de cliëntenraad en indien van toepassing de betreffende organisatie. In vervolg hierop kan de cliëntenraad het College alsnog verzoeken het betreffende lid te ontslaan, waarna het vierde of het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel