Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.

Participatie bij initiatieven voor erfturbines

Onderdeel van Toetsingskader Wind op (Koggen)land 2024

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient de initiatiefnemer naast een ruimtelijke onderbouwing ook een participatieplan- of paragraaf in te dienen. In dit participatieplan staat beschreven hoe de initiatiefnemer omwonenden betrekt in het plan voor de plaatsing van een erfturbine. Betrekken houdt in dat de initiatiefnemer de omwonenden informeert over het voorgenomen initiatief en eventuele vragen beantwoord. Ook kan hij ze meenemen naar een locatie waar een microturbine al staat opgesteld. Verder geeft hij aan op welke punten zij desgewenst kunnen meepraten. Te denken valt bijvoorbeeld aan de locatie op het bouwvlak en de uiterlijke vorm van de erfturbine. Initiatiefnemer dient ook aan te tonen dat direct omwonenden actief geïnformeerd zijn. Het kan bijvoorbeeld in de vorm van huisbezoeken of een kleine bijeenkomst met direct omwonenden. Als richtlijn voor omwonenden wordt aangehouden: de inwoners die binnen een cirkel van 10 x de tiphoogte van de molen wonen of werken. De tiphoogte is de hoogte van de mast plus de wieklengte. Om te kunnen aantonen dat de initiatiefnemer de omwonenden heeft betrokken, overhandigt hij of zij aan de gemeente een lijst van omwonenden met wie gesproken is, met een beschrijving van wat deze van het initiatief vinden. Dit betekent echter niet dat andere inwoners geen bezwaar kunnen maken tegen het initiatief of vergunningsaanvraag. Het betrekken van de omwonenden dient in een vroeg stadium gedaan te worden, dat wil zeggen tijdens de voorbereiding van de vergunningaanvraag. Overigens, niet elk plan leent zich altijd voor participatie. In sommige gevallen is de afstand tot het naburig bedrijf of woning erg groot. Als men van mening is dat het initiatief zich niet leent voor participatie, dient men aan te geven waarom van het hierboven gestelde wordt afgeweken. De gemeente kan in haar beoordeling instemmen met deze mening of deze afkeuren en alsnog inspanningen vragen. In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat we ernaar streven dat windmolens en zonnepanelen voor 50% in eigendom komen van de lokale omgeving. Zo kunnen projectontwikkelaars, inwoners en bedrijven gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie ervan. De richtlijn van 50% lokaal eigendom in het Klimaatakkoord is specifiek bedoeld voor grootschalige wind- en of zonneprojecten op land en geldt niet voor erfturbines. Deze zijn juist bedoeld om te voorzien in de eigen energievoorziening van het (agrarische) bedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel