De visie op zonne-energie gaat in op zonne-energie als lokale behoefte voor elektriciteit. Kleinschalige initiatieven voor zonne-energie vormen een antwoord op de energievraag voor de lokale energiebehoefte. Deze kunnen ook worden ingevuld door kleinschalige windenergie, bijvoorbeeld door kleine windturbines op agrarische percelen.
Het uitgangspunt van het beleid is om de energie lokaal op te wekken, zoveel mogelijk lokaal te gebruiken en zo min mogelijk te transporteren. Dit betekent dat de opwek dichtbij de eindgebruiker plaatsvindt. Een trend die zich in de komende decennia waarschijnlijk steeds meer doorzet. Dat betekent dat energieopwek- en opslagsystemen meer en meer onderdeel gaan worden van de leefomgeving, dus panelen op daken, maar ook zonneparken.
Als basis voor dit toetsingskader zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Uitgangspunt 1: zoveel mogelijk daken te benutten
In eerste instantie wordt ingezet op het plaatsen van panelen op daken. Dit is dichtbij de eindgebruiker en neemt geen extra ruimte in. Des te meer de daken benut worden, des te lager de druk op het landschap en de leefomgeving. Dit vraagt om inzet van eigenaren en het stimuleren daarvan door de gemeente. De gemeente vraagt daarom dat uitgezocht wordt of geschikte daken op het eigen perceel of in de omgeving benut worden.
Uitganspunt 2: ruimte bieden voor kleinschalige zonne-energie op land
De ruimte op daken is echter beperkt. Niet elk dak is beschikbaar, stevig genoeg of goed gericht op de zon. Daarom zal naast het plaatsen op daken ook rekening moeten worden gehouden met het plaatsen van zonnepanelen op de grond. Naast zon op dak kan mogelijk ruimte voor kleinschalige zonneparken gevonden worden in pauze-landschappen, verrommelde landschappen, restruimtes bij infrastructuur, bij agrarische bedrijven of als onderdeel van een kern. Door de initiatieven kleinschalig te houden, staan zij in verhouding tot de omgeving.
Uitgangspunt 3: Landschappelijk en natuurvriendelijk ontwerp
Uitgangspunt bij het ontwerpen van zonneparken is dat deze ecologisch worden ingepast. Voor het behouden van of meerwaarde creëren voor flora, fauna en leefomgeving moet er in elk geval voor worden gezorgd dat er voldoende licht en water op de bodem kan komen. Daarom moet er sprake zijn van open ruimte tussen panelen. Hierbij worden de aspecten water- en bodemkwaliteit (waaronder het behoud van het organische stof en het behoud van het aanwezige bodemleven) meegewogen. De reeds aanwezige biodiversiteit en natuurwaarden moeten minimaal worden behouden of versterkt. Voorbeelden van maatregelen die hiertoe bijdragen zijn afstand houden tussen de panelen, inheemse vegetatie, landschappelijke inpassing, het aanleggen van een ecocorridor of aanleggen van natuurvriendelijke oevers bij poelen en sloten.
Uitganspunt 4: lokaal vraag en aanbod afstemmen en de druk op het netwerk
Het huidige netwerk zal op termijn (en lokaal nu al) niet in staat zijn om de opwekpieken van duurzame bronnen op te vangen. Daarom staan er allerlei plannen op stapel om het netwerk te verzwaren. Dit is een proces van vele jaren. Daarnaast zullen mogelijk slimme energiesystemen ontstaan waarin pv-panelen, elektrische auto’s, warmtepompen, huishoudelijke apparaten, opslagsystemen en onderstations met elkaar verbonden worden en energiediensten leveren aan elkaar. Hierdoor kan lokaal vraag en aanbod van hernieuwbare energie op elkaar worden afgestemd. Tot die tijd worden zonneparken nog conventioneel aangesloten op het bestaande net. Vanwege de beperkingen op het elektriciteitsnetwerk is het bij de ontwikkeling van een zonnepark dan ook van belang om tijdig de aansluitmogelijkheden te onderzoeken. Of dit nu op het netwerk is of dat de energie lokaal wordt opgeslagen en gebruikt. De gemeente zal bij een verzoek voor zon op de grond altijd eisen stellen aan de aansluitcapaciteit.
Uitgangspunt 4: lokaal meeprofiteren
Het realiseren van duurzame energie-initiatieven zorgt voor lasten. Enerzijds zijn dit financiële lasten voor diegene die (moeten) investeren. Anderzijds zijn dit lasten voor de (nabije) omgeving. Bijvoorbeeld in de vorm van medeverantwoordelijkheid van bewoners voor energiesystemen. Ook het veranderen van (de aanblik van) de leefomgeving. Wanneer bewoners en bedrijven lokaal zelf energiesystemen creëren en hierin investeren en/of participeren, krijgen zij ook de baten hiervan.
Zonne-energie voor lokale behoefte is er dan ook op gericht om deze zoveel mogelijk samen met bewoners en bedrijven te ontwikkelen. Door deze verandering van de leefomgeving met de gemeenschap af te stemmen, ontstaan kansen:
Lokaal een betere afstemming tussen energievraag en -aanbod;
De maat en schaal van de energieopwekking wordt afgestemd op de leefomgeving;
Veel ruimte voor participatie;
Het vergroten van het maatschappelijk draagvlak en het maatschappelijk besef over de noodzaak van het opwekken van duurzame energie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Lokale, kleinschalige zonne-energie in Koggenland
Onderdeel van Toetsingskader zonne-energie Gemeente Koggenland 2024