Alleen op de volgende specifieke plekken zijn opstellingen voor zonne-energie op land toegestaan:
Op een woonkavel voor eigen gebruik;
Als onderdeel/uitbreiding van een agrarisch bedrijfsperceel;
Aansluitend aan en als onderdeel van een dorpskern;
Op pauze-landschappen/restruimtes langs infrastructuur.
Dit volgt in grote lijnen het beleid van de provincie. De provincie stelt in haar verordening dat de locatie voor de opstelling voor zonne-energie aan minimaal één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint op minimaal 50 meter afstand van woonbebouwing. Dit principe geldt dus voor de zonneparken aansluitend aan een kern, maar ook voor de zonneparken op pauze-landschappen en restruimtes.
Daarnaast maximaliseert de provincie de oppervlaktes van zonneparken in de basis tot 5 hectare, maar zijn grotere zonneparken toegestaan als deze langs meerdere zijden grenzen aan bestaand stedelijk gebied, dorpslinten of infrastructuur. Koggenland beperkt dit maximum verder, zodat alleen kleinschalige, op de lokale maat afgestemde zonneparken mogelijk zijn.
Zonneparken als onderdeel van een woonkavel of een agrarisch bedrijfsperceel worden als zodanig niet benoemd door de provincie, maar wil Koggenland wel toestaan. De gemeente ziet dit als een functioneel onderdeel en uitbreiding van het agrarische erf, vergelijkbaar met het toevoegen van nieuwe stallen of (sleuf)silo’s. De erfuitbreiding moet daarom als een integraal onderdeel van het erf worden geplaatst en landschappelijk worden ingepast.
Voor alle zonneparken geldt dat de maat en schaal moet worden afgestemd op de omgeving en dat een landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd die passend is bij het omliggende landschap.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Randvoorwaarden voor zon op land
Onderdeel van Toetsingskader zonne-energie Gemeente Koggenland 2024