Naar hoofdinhoud
In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv nemen burgemeester en wethouders de volgende verplichtingen op: 1.. De subsidieontvanger heeft een omgevingsvergunning. 2.. De uitvoeringsvoorschriften voor monumenten zijn van toepassing. Voor afwijken van de uitvoeringsvoorschriften is schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders vereist. 3.. De aanvang van het werk tenminste twee weken voorafgaand aan de uitvoering te melden bij burgemeester en wethouders. 4.. Met de uitvoering wordt begonnen binnen 26 weken na de datum van verzending van de verleningsbeschikking. 5.. Voor de duur van de restauratie een CAR-verzekering wordt afgesloten. 6.. De subsidieontvanger heeft het object waarvoor een lening is verstrekt voldoende verzekerd. 7.. De werkzaamheden worden voltooid binnen 130 weken na de verleningsbeschikking en de gereed melding wordt binnen twee weken ingediend. Voor energiemaatregelen is de termijn 65 weken. Blijft de subsidieontvanger in gebreke bij deze verplichtingen, dan kan de lening worden ingetrokken en teruggevorderd. 8.. De subsidieontvanger verleent de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen toegang tot het monument waarvoor de lening is verstrekt en inzage in relevante gegevens. 9.. de lening uit het URF wordt verstrekt onder de verplichting dat de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de lening het monument in goede staat van onderhoud zal houden. . 10.. Bij het beëindigen van de lening, ook bij tussentijdse vervreemding van het object, kunnen burgemeester en wethouders een bouwkundig inspectierapport eisen. Het rapport wordt opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij. De subsidieontvanger kan worden verplicht om de in het rapport geconstateerde bouwtechnische gebreken te herstellen. Burgemeester en wethouders kunnen een termijn stellen waarbinnen deze gebreken dienen te zijn hersteld.

Rechtspraak bij dit artikel