Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening op de monumentencommissie 2009

1. De voorzitter en de leden treden af op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de raad afloopt. Zij kunnen terstond worden herbenoemd. 2. Zij kunnen tussentijds ontslag nemen door het zenden van een brief aan het college van burgemeester en wethouders en de raad. 3. De aftredende leden kunnen voor een volgende zittingsperiode worden benoemd. Een lid, dat ter vervulling van een - anders dan ten gevolge van een periodieke aftreding - opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden. 4. Degene die aftreedt of ontslag neemt, blijft de werkzaamheden in de commissie verrichten totdat in de opvolging is voorzien. Indien echter de benoeming langer uitblijft dan 12 weken, kan degene die aftreedt of ontslag neemt, via een mededeling aan de voorzitter met de werkzaamheden stoppen. 5. Tussentijdse benoemingen gelden tot aan de datum van het aftreden van de gehele commissie. 6. Een lid kan bij een met redenen omkleed besluit tussentijds worden ontslagen door het college van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de raad hiervan in kennis.

Rechtspraak bij dit artikel