Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Inrichtingen

Onderdeel van Speelautomatenverordening Kaag en Braassem 2009

1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 3 speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten; 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn maximaal 3 speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan; 3. De burgemeester kan voor een samengestelde inrichting vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van maximaal 3 speelautomaten. 4. De kansspelautomaten mogen alleen worden opgesteld in de hoogdrempelige ruimte van de inrichting.

Rechtspraak bij dit artikel