Een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder b, van de verordening (bedrijfsvergunning) wordt verleend als de aanvrager blijkens een maximaal één jaar voor de aanvraag door de Kamer van Koophandel afgegeven uittreksel van het handelsregister binnen het vergunningengebied een bedrijf uitoefent en aantoont dat het in belang van diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is om in dat gebied met een motorvoertuig te parkeren. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:
per bedrijf worden ten hoogste twee bedrijfsvergunningen verleend;
als de aanvrager beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein dan wordt deze in mindering gebracht op het aantal te verlenen vergunningen voor dat bedrijf;
de vergunning vermeldt het kenteken van het voertuig waarvoor de vergunning geldig is;
het kenteken staat geregistreerd op naam, adres en woonplaats van het aanvragende bedrijf, van de directeur zoals vermeld in het uittreksel van het handelsregister of van de bedrijfsleider blijkende uit een verklaring van het bedrijf;
als het kenteken niet op naam, adres en woonplaats van de aanvrager, de directeur of de bedrijfsleider geregistreerd staat, omdat er sprake is van een huur-, lease- of bedrijfsvoertuig, dan wordt bij de aanvraag een huur- of leaseovereenkomst dan wel een werkgeversverklaring op naam, adres en woonplaats van de aanvrager voor/over het gebruik van het betreffende voertuig overgelegd;
een bedrijfsvergunning kan worden verleend voor het gehele vergunningengebied.