Naar hoofdinhoud
De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting in hoofdstuk 1.1, verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. Indien de belastingplicht, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting in hoofdstuk 1.1, voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Als de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Rechtspraak bij dit artikel