Naar hoofdinhoud
1.. Een belastingplichtige die kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak op zijn of haar perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak wordt op schriftelijk verzoek achteraf vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel. 2.. De vrijstelling bedoeld in lid 1 voor de verwijdering van restafval voor het jaar 2025 is: voor de gebruiker van een 140 liter container maximaal 8 ledigingen; voor de gebruiker van een 240 liter container maximaal 5 ledigingen; voor de gebruiker van een 60 liter zak (ondergronds) maximaal 20 stortingen. Over de eerste 4 ledigingen of over de eerste 12 stortingen in het belastingjaar wordt geen vrijstelling gegeven. 3.. Een belastingplichtige die kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of lichamelijk ongemak op zijn of haar perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak kan op verzoek vrijstelling verleend worden van de belasting voor het aanvragen van een extra (tweede) container voor restafval (240 liter), mits dit voorafgaand aan de levering van de container is aangevraagd. De container wordt dan kosteloos geleverd. 4.. De vrijstelling kan worden aangevraagd binnen zes weken na ontvangst van de belastingaanslag. Als een belastingplichtige om medische reden een tweede restafvalcontainer (240 liter) aanvraagt, dan geldt de vrijstelling echter alleen voor één restafvalcontainer. 5.. Indien de belastingplicht is ontstaan in de loop van het belastingjaar is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige in dat belastingjaar vastrecht als bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel verschuldigd is. 6.. Indien de ziekte of het lichamelijk ongemak is ontstaan in de loop van het belastingtijdvak is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige of de medebewoner van het perceel waarvoor hij belastingplichtig is in dat belastingtijdvak volle maanden een ziekte of lichamelijk ongemak heeft als bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel