De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij gelijktijdig met de
moederhond door dezelfde persoon worden gehouden;
die uitsluitend worden gebruikt om blinde personen te leiden;
die door de "Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland"
als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn
gesteld;
waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der
Koninklijke Nederlandse politiehondenvereniging, mits de houder zich
verbindt zijn hond met een geleider aan wiens bevelen de hond
gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te
stellen;
die aanwezig zijn in een asiel waarvoor een vergunning als bedoeld
in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari
1961, Stb. 19) is verleend;
waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet
langer dan 21 dagen in het belastingjaar in de gemeente
verblijft.
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2010