Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Begroting: Het document waarin de raad de kaders vaststelt voor zowel het beleid als de financiën, waarbij het beleidsdeel bestaat uit de programma's en de paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie plus de bijbehorende toelichtingen. Begrotingscriterium: Het begrotingscriterium houdt in dat financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen binnen de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting (exploitatie en investeringen) en de hiermee samenhangende programma’s en thema’s. Doelmatigheid (efficiëntie): Het realiseren van vooraf gedefinieerde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Doeltreffendheid (effectiviteit): De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Financieel beleid: In het financieel beleid stelt het college van burgemeester en wethouders (“het college”) nadere uitvoeringsregels vast ten aanzien van voorzieningen, verzekeringen, invordering en overige financieel processen. Financiële administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van financiële informatie over: De financieel-economische positie. Het financiële beheer. De rechtmatigheid van financiële beheershandelingen. De uitvoering van de begroting. Het afwikkelen van vorderingen en schulden. Financiële beheershandelingen: Handelingen of beslissingen die leiden tot financiële gevolgen in de vorm van baten, lasten en/of mutaties in de omvang van bezittingen en schulden zoals die in de jaarrekening dienen te worden verantwoord. Garantie: Een borgstelling door de gemeente ten behoeve van de aanvrager voor een door de aanvrager aan te trekken geldlening. Indicator: Een indicator is een meetbare prestatie die een signalerende functie heeft en een aanwijzing geeft over de mate van kwaliteit en doelstelling. Wijkt een indicator af van een afgesproken norm dan is bijsturing mogelijk. Instandhouding Plus investeringen: Investeringen waarbij naast het (deels) vervangen van het bestaande ook extra/nieuwe functionaliteit/kwaliteit wordt toegevoegd. Jaarstukken: De jaarstukken bestaan uit het (beleidsmatige) jaarverslag en de (financiële) jaarrekening. Kaders stellen: De kaderstelling vindt plaats op hoofdlijnen voor het volgend begrotingsjaar. Hierbij worden de (beleids)voornemens afgezet tegen de beschikbare financiële middelen. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium: Bij financiële beheershandelingen moet misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen worden voorkomen, gedetecteerd en gecorrigeerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Programma: Een programma is gericht op het bereiken van een vooraf bepaald maatschappelijk doel en is een samenhangend geheel van de volgende onderdelen: Thema`s: een thema is een nadere uitwerking van in programma`s opgenomen maatschappelijke doelen. Product: een product is een samenhangend geheel van reguliere activiteiten gericht op het realiseren van maatschappelijke doelstellingen in de programma`s en thema`s. Rechtmatigheidsverantwoording: Verantwoording van het college waarin wordt aangegeven in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met begroting (begrotingscriterium), de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, opgenomen bepalingen (voorwaardencriterium) en beleid ten ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik (Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium). Strategische investeringsplan: Het strategisch investeringsplan (SIP) is een flexibel sturingsinstrument om optimaal te kunnen bijsturen op actuele veranderende maatschappelijke, organisatorische en financiële omstandigheden. Het bevat actuele informatie zodat beheersing, sturing, (integraal afgewogen) besluitvorming en verantwoording van en over gemeentelijke investeringsvraagstukken periodiek kan plaatsvinden. Het SIP kent een tijdshorizon van 20 jaar. De programmering van de investeringsprojecten volgt de procesfasering zoals het Rijk die hanteert in het Meerjarenplan Infrastructuur en Transport (MIRT). Investeringen zijn onderverdeeld in drie categorieën. Hiervoor worden de volgende definities gehanteerd: Categorie I stedelijke gebiedsontwikkelingen en unieke grootschalige investeringen: Deze investeringen kennen een lange termijn ontwikkelperspectief. Zelfstandige Investeringen en samenhangende investeringsprogramma’s groter dan of gelijk aan € 5.000.000 worden aangemerkt als grootschalige investeringen. Categorie II instandhoudings (plus)-/vervangingsinvesteringen: Deze investeringen kennen een repeterend karakter en zijn vergelijkbaar bij aard van aanpak. Voorbeelden hiervan zijn: Meerjarenplan mobiliteit; Stedelijk waterplan (rioolonderhoud/vernieuwing, klimaatadaptatie); Meerjarenplan civieltechnische kunstwerken (onderhoud/vernieuwing); Meerjarenplan vastgoedbeheer (onderhoud/vernieuwing). Categorie III Bedrijfsmiddelen en enkelvoudige investeringen: Bedrijfsmiddelen: Bedrijfsmiddelen kennen een repeterend karakter en zijn zaken die gebruikt worden bij dienstverlenend activiteiten van de gemeente. Voorbeelden van bedrijfsmiddelen zijn ICT-apparatuur, ICT-software, facilitaire benodigdheden, wagenpark. Enkelvoudige investeringen: Betreffen vaak de aanschaf van op de markt beschikbare producten of investeringen welke niet passen in categorie I en II en ook geen bedrijfsmiddelen betreffen. Voorbeelden hiervan zijn: Kleine investeringsprojecten (zoals aanplant bomen of kleine herinrichting); Aankoop van (niet strategische) gronden.

Rechtspraak bij dit artikel