Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Benoeming

Onderdeel van Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht

1.. De raad benoemt de (plaatsvervangend) ombudsman op voorstel van het dagelijks bestuur. De selectiecommissie doet een voorstel aan het dagelijks bestuur. 2.. De selectiecommissie bestaat tenminste uit de leden van de CPR, bijgestaan door de secretaris van de gemeentelijke ombudsman en de griffier van de raad. 3.. Benoeming vindt plaats voor een periode van zes jaar, waarna de mogelijkheid bestaat van een eenmalige herbenoeming voor eenzelfde periode. 4.. Het dagelijks bestuur doet bij het voorstel een verklaring van elke kandidaat met: de mededeling dat hij de benoeming als (plaatsvervangend) ombudsman zal aanvaarden; een overzicht van de (openbare) hoofd- en nevenfuncties die hij bekleedt; een verklaring omtrent het gedrag zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; een positief bevonden achtergrondonderzoek. 5.. Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de (plaatsvervangend) ombudsman in de vergadering van de raad de eed of de belofte af.

Rechtspraak bij dit artikel