Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt niet geheven voor:
een vaartuig in dienst van de gemeente Oss en/of ten dienste van het havenbedrijf werkzaam;
een vaartuig in dienst van het Rijk, mits geen personen of goederen tegen betaling worden vervoerd;
een Rode Kruis-vaartuig en een vaartuig, erkend als uitsluitend gebezigd en uitgerust voor een godsdienstige, menslievende of wetenschappelijke bestemming;
een vaartuig, met een waterverplaatsing van minder dan 5 m3;
een vaartuig, dat door ijsgang of andere redenen van overmacht zijn reis niet kan beginnen of vervolgen, op voorwaarde dat het niet laadt of lost;
voor een vaartuig, waarvoor reeds havengeld is geheven, wordt geen verder recht geheven indien het door ijsgang of andere redenen van overmacht, zijn reis niet kan beginnen of vervolgen.
IJsgang wordt gerekend te beginnen met de dag, waarop van rijkswege de betonning wordt weggenomen en op te houden met de dag, waarop de betonning wordt herplaatst.
Artikel 5.
Vrijstellingsbepaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten Oss 2025