Naar hoofdinhoud
1.. De compensatie voor het uitvoeren van de openbare dienstverplichting wordt verleend in de vorm van een Subsidie die is bedoeld ter compensatie van de in artikel 1 lid 1 van dit besluit genoemde activiteiten, een en ander volledig conform de aan de Subsidie verbonden voorwaarden. 2.. De maximale compensatie voor de DAEB-activiteiten bestaat uit de betaling van de verleende Subsidie. 3.. De Subsidie zal slechts worden verleend, indien de kosten die voor de realisatie van DAEB worden gemaakt en – volgens aanvaarde beginselen van kostprijsadministratie – direct aan de DAEB-activiteiten zijn toe te rekenen. 6.. Om overcompensatie te voorkomen wordt Stichting De Linde verplicht: een feitelijk gescheiden boekhouding te hanteren (inkomsten en uitgaven gescheiden administreren: “DAEB-activiteiten” enerzijds en “overige activiteiten” anderzijds, of in zijn administratie een duidelijke herkenbare codering van DAEB en niet-DAEB kosten aan te brengen, waardoor administratief een scheiding bestaat tussen activiteiten op basis van dit aanwijzingsbesluit en eventuele andere activiteiten van Stichting De Linde; de ureninzet in een urenregistratiesysteem opnemen; als er voor de uitvoering van de DAEB ook door andere overheden steun is verleend, eigener beweging een volledige opgave te doen van deze steun (ook als deze is verleend met toepassing van een staatssteunkader); gedurende de duur van de openbare dienstverplichting en tien (10) jaar na afloop van de DAEB de bewijsmiddelen te bewaren van de kosten die verband houden met de DAEB-activiteiten (zoals facturen e.d.). Kosten waarvoor achteraf geen bewijsmiddelen zijn te vinden in de administratie van Stichting De Linde worden niet in aanmerking gebracht voor de compensatie; en zich te houden aan de bepalingen die voortvloeien uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit, omtrent het afleggen van rekening en verantwoording, inclusief (een nader te bepalen) accountantscontrole(s); met dien verstande op grond van de parameters alleen kosten mogen worden vergoed die doelmatig en redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel