**1..** In afwijking van het bepaalde in art. 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in art. 4 van het Besluit indieningsvereisten en onder e van paragraaf 1.2.5 van de bij dit besluit behorende bijlage, kunnen Burgemeester en Wethouders voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning, in het geval zij van oordeel zijn of redelijkerwijs vermoeden, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt;
**2..** Burgemeester en Wethouders baseren hun oordeel op:
het in het Besluit indieningsvereisten bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten,
de instemming met het saneringsplan op basis van de richtlijnen, bedoeld in art. 2.4.1, derde lid, of
de instemming overeenkomstig het tweede lid van art. 39 van de Wet bodembescherming bedoeld in art. 39, eerste lid, van die wet.