Niet van toepassing is het verbod tot bouwen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk met overschrijding van de achtergevelrooilijn op:
uitgezonderd in zone L (1º), boerderijen met de daarbij nodige stallen en schuren, op een afstand, evenwijdig aan de as van de weg, gemeten van ten minste 20 m tot de zijdelingse erfafscheiding;
onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard als bedoeld in art. 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken of als een aan- of uitbouw als bedoeld in art. 2, onder a, van het Besluit bouwwerken;
plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoor-stenen en dergelijke, voorzover zij de achtergevelrooilijn met niet meer dan 0,2 m overschrijden;
gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke, indien zij voldoen aan het volgende:
1º de voorsprong van de werken achter de achtergevelrooilijn mag niet meer dan 1/20 van de afstand tussen de achtergevelrooilijnen en niet meer dan 1 m bedragen;
2º de werken mogen niet uitsteken boven het vlak dat op maximumbouwhoogte door de achtergevelrooilijn wordt gebracht en met het horizontale vlak een hoek van 45º maakt;
stoepen, trappen, terrassen en bordessen, een en ander voor zover niet hoger dan 1 m boven de terreinhoogte en met geen grotere overschrijding van de achtergevelrooilijn dan 1,5 m;
funderingen, kelderingangen en koekoeken;
hijsinrichtingen aan bouwwerken;
putten en leidingen voor de afvoer of de verzameling van water en rioolstoffen;
-
gebouwen waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan 0,75 m onder de hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5.13
Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening 2003