Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.5.17

Ruimte tussen bouwwerken

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. De begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 m daarboven minder dan 1 m breed zijn; niet toegankelijk zijn. 2.. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte. 3.. Niet van toepassing is het bepaalde in het eerste lid op een niet-toegankelijke tussenruimte die, ter voorkoming van vervuiling, van een doeltreffende afsluiting is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel